Categorie archieven: Geen categorie

Byblis Limus Nieuwvenius

Modder, slijk, bagger of blubber is een mengsel van klei, leem en water, een suspensie. Modder kan een leefomgeving zijn voor dieren als wormen, kikkers, schelpdieren en kreeftachtigen. Andere dieren zoals varkens en olifanten houden ervan in de modder te baden. In sommige gevallen schuilen dieren maandenlang in de modder in om de winter door te komen, zoals kikkers, crossers en vlokreeftjes. Ook tijdens heel warme perioden schuilen sommige dieren in de modder, zoals de slijkspringers.

Klei wordt gebruikt om dijken, bermen en zonneweides aan te leggen. Goed aangestampt en bekleed met gras is het ondoordringbaar voor water: goed voor dijken en bermen. Je kan het ook mengen met zand, dan kan het water wegzakken, dat doen ze bij zonneweides.  Maar als je gaat roeren krijg je een suspensie.

Crossers weten dat: Bij modderdreiging zullen ze, als ze beschikken over voldoende middelen (tijd, kennis en geld), kiezen voor banden met limusprofiel. Die crossbanden zijn ongeveer 33 mm breed, waardoor ze dóór de modder snijden, maar met hoge nopjes die voor grip op de dieper liggende, hardere grondlagen moeten zorgen. De nopjes van de limusbanden staan zover uit elkaar dat het slijk niet aan de banden blijft kleven. Dit is afgekeken van de vlokreeftjes. Mountainbikers (zomersport) staan wat dat betreft dichter bij slijkspringers. Door de brede banden blijven ze als het ware òp het slijk drijven, de noppen worden gevuld met slijk (slick) en glibberen zo langzaam voort, af en toe behendig opspringend bij een geinig bergje. 

Voor minder natte blubber is er ook een crossband en die heet Baby Limus.

De officiële Latijnse naam voor vlokreeftjes is Byblis Limus. Ik vermoed dat de bioloog die deze vlokreeftjes in 2006 heeft beschreven, een crosser is. Bij dezen claim ik de Nieuwvenius variant.

Alweer de Rabo Amersfoort Groeistadklassieker

Afgelopen zaterdag 19 september 2015  vond al weer de 16e Amersfoort Groeistad Klassieker plaats. Eén van de weinige klassiekers voor Masters 40+ in Nederland. En derhalve stond ook dit jaar weer de crême de la crême van het neusje van de zalm aan de start. Eén kwart hiervan hoopt bij aanvang op een massaspurt, één kwart hoopt op wind en waaiers en een lange ontsnapping, een ander kwart hoopt op winnen van het bergklassement en een kwart hoopt op uitrijden (wat zij  meestal niet doen). En dan zijn er renners die hem als training gebruiken.
Maar veel renners wìllen helemaal niet starten omdat iedereen zegt dat er altijd valpartijen zijn. Dat laatste is waar, maar de laatste jaren waren het vooral enkele pannenkoeken die op vluchtheuvels botsten of kamikazeacties in de spurt tot valpartijen leidden. Dus als je normaal doet blijf je gewoon op je fiets zitten.
Voor WTC De Amstel stonden er dit jaar geen spurters aan de start, wel drie renners die hoopten op wind en waaiers te weten Pierre Deen, Caspar Hermans en Richard Loumans. Auke Broex reed hem als training voor de XVIII Semana Internacional De Ciclismo Masters (Mallorca). Deen rijd daar trouwens ook.
Bij de start scheen er een heerlijk zonnetje, het was alweer 17 graden, dus die buienradar is gewoon prut. Dus niet, want na 20 km kwam de hemel naar beneden, maar dan wel zonder wind. Geen waaiers derhalve en toen het peloton na de eerste beklimming van de Amerongense Berg de rivierdijk opdraaide kwam alles weer keurig bij elkaar (behalve dan die renners die hoopten op het uitrijden van de koers). Auke deed als training voor hoe je niet op de kant komt – gewoon even knallen naar de eerste 20 wielen – , Caspar reed gewoon de hele koers in 10e positie en Pierre en Richard muisden vrolijk overal mee. Zo kabbelde de koers voort, want door de regen leek niemand er veel zin in te hebben.
Halfweg koers rukte Auke zich toch maar los uit de sleur en demarreerde. Hij werd al snel teruggepakt dus ging Pierre aan voor zijn eerste korte ontsnapping. En toen Caspar, en Richard steeds voorin enzovoort. Het leek wel afgesproken werk. Maar dat was het niet en daarom had het ook geen enkele zin. Want als je elkaars kansen wilt vergroten is het wellicht raadzaam met enig beraad te werk te gaan; Dat je demarreert als de ander net wordt teruggepakt en dat die anderen dan iets van afstoppend werk doen of zo. En als je dat niet snapt moet je het maar aan Maarten Ducrot vragen, of Johan Cruyff.
Pierre Deen reed nog een paar keer in zijn eentje voor het peloton uit en pakte zo per ongeluk punten voor het bergklassement. Hij pakte net niet de bollen (2e), Caspar Hermans reed dus steeds voorin en pakte zo de 3e prijs van het bollenklassement.
Daarna was er de massaspurt. Als je bij de eerste 20 wilt eindigen moet je dat gewoon doen. Namelijk een beetje brutaal achter de echte sprinters gaan zitten. En als je daar geen zin in hebt wordt je gewoon 50ste. Caspar dus 8ste (van de 50+ ers), Richard 10e (40+) en Auke en Pierre achterin.
Dion en Youri
Na de Masters Klassieker waren de Eliterenners aan de beurt. Dion Beukeboom meldde de verslaggever dat hij zou gaan proberen te winnen. Hij werd 2e.

Stan Nelissen (Gaul!) 2e in dinsdagavondcompetitie!

Gisteren mijn jaarlijkse overwinning kunnen boeken, op de dinsdagavondcompetitie van WTC De Amstel. Ze zeiden dat er veel goeie renners meededen en dat het hard ging.
In de koers wist eigenlijk al zeker dat het op een massaspurt zou gaan uitlopen want iedere ontsnapping werd ongedaan gemaakt. Groepjes van drie, groepjes van zes, en ook mijn eenmansactie met drie rondjes vooruit werd door eendrachtige samenwerking door het peloton onschadelijk gemaakt (ik gaf het op toen er maar steeds geen versterking op kwam dagen, ik verwachtte Broex of Camiel Zwart, maar niemand durfde de sprong te wagen).
Dus 5 ronden voor het einde had ik de strijd opgegeven en keek hoe het peloton wederom in een moorden tempo de zoveelste aanval ongedaan maakte. En dan is het wachten op het moment dat Camiel de spurt aangaat en wint. Want Camiel wint acht van de tien ritten op dinsdagavond. Maar ìk wou toch ook wel eens winnen! Maar ik kan niet sprinten!

Met nog twee ronden op het bord reed ik toch maar naar de kop, schakelde naar de 13 en ging vol aan (ze zeiden achteraf dat ik heel rustig wegreed, dat was dus niet mijn beleving). En Stan Nelissen​ in mijn wiel. Een halve ronde verder nam Stan over, en daarna ik nog eens. Ik mocht winnen van Stan (en Stan was nog nooit 2e, dus dat was ook mooi.)

Als je niet meedoet, kan je niet winnen

Zaterdag reed ik mee in de Nacht van de Waarderpolder. Een klassieker in het criteriumcircuit. Een deel van de renners had nog de ijdele hoop dat Brian Burggraaf niet zou starten, want de volgende ochtend moest hij aantreden voor het Nationaal Kampioenschap 40+. En die wedstrijd heeft hij nog nooit gewonnen.  Zou hij zijn benen sparen? Nee! Want Brian fietst onder het motto: Als je niet meedoet, kan je niet winnen.
Na 5 ronden warmrijden was Brian dus vertrokken, met drie dappere medevluchters. Ik zat in het peloton, blij dat ik het door flink trainen weer een beetje bij kon houden.
Na een tijdje wil Michael Ruska met me wedden: Worden we over 5, 10 of 15 ronden gedubbeld? Ik wou 10 zeggen, maar dat wou Michael ook, dus dat schoot niet op. Toen zei ik: “We kunnnen ook een tweede groepje maken”. Dat vond Michael wel een goed idee. Dus zo schoof ik achter zijn brede rug naar voren in het peloton en eenmaal in de kop te zijn beland demareerde ik. Michael mee, Edwin de Graaff ook (reed vorige week nog bij de elite) en nog eentje. We hadden een tweede groep! Maar dat vond het peloton niet zo’n goed idee. Dus na een paar ronden is onze voorsprong nog maar een meter of 20 en ik houd mijn benen stil en word opgeslokt door het peloton. Maar wat denk je? Ze nemen genoegen met mij, het peloton valt stil! Michael, Edwin en nog eentje blijven doorrijden en wat denk je? Ze worden 5 , 6 en 7!  Edwin zei dat dat door mijn kwam. Aardig hè?